De Euraziatische otter (Lutra lutra) is in grote delen van Duitsland al tientallen jaren uitgestorven. In het district Viersen werd de laatste otter in 1939 verdronken aangetroffen in een visfuik bij de Krickenbeck Meren.
Dankzij verschillende beschermende maatregelen verspreidt de populatie zich nu weer. Als gevolg hiervan zijn er de laatste jaren steeds meer aanwijzingen voor een mogelijke terugkeer van de otter in het district Viersen, zoals wordt bevestigd door zeer recente sporen uit het Schwalmtal.
Propagatiegedrag
Op zoek naar nieuwe territoria verspreiden otters zich langs wateren. Dit natuurlijke verspreidingsgedrag betekent echter dat de dieren herhaaldelijk obstakels in het water tegenkomen, zoals bruggen. In plaats van er doorheen te zwemmen, proberen ze er vaak omheen te lopen.
Maar als er geen berm is aan de waterkant, een zogenaamde berm, zoeken de jonge otters een andere weg en klimmen ze de dijk op. Daarbij steken ze vaak de weg over en worden overreden. Hierdoor is dood door wegverkeer de meest voorkomende doodsoorzaak en het grootste obstakel voor de verspreiding van otters vandaag de dag.
Biologisch Station project
Met de hulp van de Landschaftsverband Rheinlandes (LVR) kon het Biologisch Station alle waterlopen in het hele district in kaart brengen en alle voor otters problematische waterwegconstructies vastleggen. Ongeveer 1.100 kilometer van de oevers van de Nette, Niers en Schwalm werden in kaart gebracht.
Het resultaat van het in kaart brengen is een kadaster voor het district Viersen met 3249 obstructies aan waterlopen, waarvan er 65 problematisch bleken te zijn. Op basis hiervan werden concrete maatregelen ontwikkeld om alle probleemgebieden te verzachten. Deze maatregelen worden de komende jaren in verschillende projecten uitgevoerd en bijvoorbeeld bij de bouw van nieuwe bruggen gerealiseerd.
Zo kunnen jonge otters nieuwe, geschikte leefgebieden bereiken en deze met succes koloniseren. Na de bever kan zo een ander, vroeger uitgestorven groot zoogdier in het district Viersen terugkeren en weer deel gaan uitmaken van onze inheemse fauna.
Project ondersteund door: